Foto:

Fikkie trekt de kar

Ze zijn dienstbaar, goedkoop en gemakkelijk in gebruik. Lange tijd is het heel vanzelfsprekend je hond voor je karretje te spannen. De eerste hondenkarren duiken begin 17de eeuw in het straatbeeld op. Echt populair worden ze in de loop van de 19de en 20ste eeuw. Van marskramer tot melkboer: veel mensen die zwaardere goederen moeten vervoeren, gebruiken deze efficiënte, en vaak trouwe, werkknecht. Ook als je de kar niet beroepsmatig nodig hebt, dan wordt Fikkie vaak voor thuisgebruik ingezet, zoals hier bij de familie Goossens.

Den Dungen - Hondenkarren zijn klein en wendbaar en daarmee veel handiger in gebruik dan grote, brede paardenkarren. En honden zijn veel goedkoper in de aanschaf en het onderhoud. Regels hoe je met de honden moet omgaan, zijn er dan nog nauwelijks. In 1911 treedt de Trekhondenwet in werking. Houders van trekhonden moeten een vergunning hebben maar belangrijker: het verboden wordt honden in te zetten die kreupel, gewond of drachtig zijn. En de trekhond moet voortaan verplicht een muilkorf dragen. Verder komt er de Anti-Trekhondenbond die zich sterk maakt voor een betere behandeling voor de dieren. De opkomst van transportfietsen, bakfietsen, motorfietsen en de auto maakt het gebruik van hondenkarren overbodig. Toch duurt het nog tot 1962 tot het gebruik van de hond als trekkracht helemaal wordt verboden. De laatste dertig, veertig trekhonden die er dan nog in Nederland zijn, mogen met pensioen. Reageren: kijknaartoen@bhic.nl.

Meer berichten