Foto: Marijke van Eijkeren
Foto: Marijke van Eijkeren (Foto: Marijke van Eijkeren)

Grote zorgen over Brabantse veehouderij

Van de redactie

Extreme daling aantal bedrijven

ZLTO maakt zich grote zorgen over het tempo waarin veehouders in Brabant het bijltje er bij neergooien. De landbouworganisatie wijst onder meer op cijfers van CBS en Rabobank. "Dat Nederland steeds minder boeren en tuinders telt, is op zich geen nieuws. Maar in Brabant gaat het nu wel heel hard", aldus Wim Bens, voorzitter van ZLTO.

Brabant - Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er vorig jaar 219 Brabantse melkveebedrijven gestopt. Een daling van bijna negen procent en daarmee daalt het aantal melkveehouders in Noord Brabant harder dan voorspeld. Cijfers uit de zuivel bevestigen die trend: ten opzichte van 2016 daalde in 2018 de melkproductie in Brabant tweemaal zo snel in vergelijking met de rest van Nederland.

Ook het aantal Brabantse varkensbedrijven neemt in hoog tempo af: volgens het CBS telde de provincie in 2016 nog 1.632 bedrijven. In 2018 was dat aantal gedaald tot 1.502, een afname van acht procent. In 2030 zijn er in Brabant nog hooguit 500 varkensbedrijven over, raamde de Rabobank onlangs. Dat is nog een stuk minder dan eerdere schattingen van Connecting AgriFood.

Die versnelde sanering vindt plaats in een klimaat waarin ondernemers worden geconfronteerd met toenemend dierenactivisme, psychosociale druk voor de ondernemers en hun gezinnen (onder andere gewasbescherming), steeds minder jongeren bereid zijn boer of tuinder te worden (in de varkenshouderij is tweederde van de bedrijfshoofden 50 jaar of ouder en tweederde heeft geen opvolger) en veel boeren het financieel lastig hebben (een op de drie heeft een inkomen onder het minimumloon). De snelheid van maatschappelijke wensen gaat voorbij aan het investerings- en ontwikkelritme op de boerenbedrijven.

Wim Bens: "Boeren en tuinders willen investeren in verduurzaming, maar vaak ontbreken de financiële mogelijkheden. Veehouders willen, samen met rijksoverheid en provincie, werken aan een lagere uitstoot van stikstof, duurzame stalsystemen en een betere leefomgeving. Maar wel in een tempo dat past bij de bedrijven, waarbij wetgeving ook de ruimte geeft om investeringen terug te verdienen."

ZLTO maakt zich grote zorgen over de veehouderij in de provincie. "Het feit dat veel veehouders stoppen of willen gaan stoppen, leidt tot ontwikkelingen die maatschappelijk niet wenselijk zijn", aldus Bens. "Denk aan leegstand van stallen op het Brabantse platteland, minder koeien in het Brabantse landschap, een achteruitgang in biodiversiteit en een dalende werkgelegenheid in voedingsindustrie."

Een deel van de ontwikkelingen in de sector zijn een gevolg van nationaal en Europees beleid, zoals de aanscherping van de fosfaatwetgeving in de melkveehouderij en scherpere eisen aan de uitstoot van ammoniak door stallen. Tegelijkertijd is het veehouderijbeleid van de provincie Noord-Brabant strenger ten opzichte van de rest Nederland. Wim Bens: "Daarmee staat de veehouderij in Brabant extra onder druk. De gevolgen daarvan worden nu echt zichtbaar."

Meer berichten