Foto:

Afhaalchinees in museum

Sperziebonen, blinde vink en aardappels maken in de loop van de vorige eeuw steeds vaker plaats voor bakjes foe yong hai en babi pangang, gehaald bij de Chinees. Bij een speciale gelegenheid gaan we er zelfs uit eten. Soberheid is de norm in de eerste naoorlogse jaren, ook voor datgene wat we om zes uur 's avonds op ons bord krijgen, maar als in de tweede helft van de jaren vijftig de welvaart groeit, en we vaker op vakantie gaan en in het buitenland komen, verandert ook onze maaltijd. Voorzichtig gaan we buiten de deur eten.

Sint-Michielsgestel - Aanvankelijk nog maar mondjesmaat, maar dat verandert. Die stijging is voor een belangrijk deel te danken aan de populariteit van de Chinees. Zijn Chinese eethuisjes aan het begin van de vorige eeuw nog dubieuze eettentjes in havensteden, vanaf eind jaren veertig verandert dat sterk. De restaurants worden dan groter en toegankelijker. Met de terugkeer van Nederlandse militairen en de stroom van repatrianten uit Indië groeit de behoefte aan Indisch eten. 'De Chinees' speelt er handig op in. Nieuwe restaurants noemen zich 'Chinees-Indisch'. In de jaren zestig komt de grote doorbraak. Van ruim tweehonderd restaurants in 1960, naar meer dan zeshonderd in 1970 tot bijna tweeduizend in 1980. In de jaren daarna neemt de populariteit van 'de Chinees' in rap tempo af, en komt het wokrestaurant steeds meer op. 'De dorpschinees' verdwijnt langzaam steeds meer uit het straatbeeld, en wordt steeds meer een bezienswaardigheid.

Meer berichten